Wat gelooft u?
Ik ben gedoopt, ter communie geweest en
gevormd. Met mijn ouders en mijn klas heb ik vaak in de kerk gezeten. Ik ken de
verhalen achter Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Toch dacht ik als kind: als ik
ooit kinderen krijg, worden ze niet gedoopt. Wat er in de Bijbel staat vond ik
niet allemaal even geloofwaardig. Waarom zou het christendom het eigenlijk
beter weten dan de islam? Ik heb nooit gedacht dat er geen God zou kunnen
bestaan, maar dat die specifieke verhalen over Adam en Eva, Noach en Jezus
allemaal zouden kloppen, leek me erg onwaarschijnlijk. Is het niet verdacht
toevallig dat bijna iedereen in het geloof van zijn ouders gelooft? Hoe kan dat
iets met de waarheid te maken hebben? Tegenwoordig lijken veel ouders zo te
denken. De eerste heilige communie wordt niet meer voorbereid op school en
steeds minder kinderen worden gedoopt. Nu denk ik: wat zonde! Die avonden dat
ik me in de kerk verveelde, daar kijk in bijna met weemoed op terug. De Bijbelverhalen
horen bij de plek waar ik vandaan kom en worden al eeuwenlang verteld. Ik ben
blij dat ik ze ken en ook de mijne kan noemen. Of ze werkelijk iets met God te
maken hebben weet ik niet, maar dat is niet het enige waar het om gaat. Als ik
niet was opgevoed met dit geloof, had ik naar elke religie gekeken zoals ik nu
kijk naar alle andere, van op gepaste afstand. Nu ken ik een religie van
binnenuit, heb ik deelgenomen aan de rituelen en ken ik de symbolen, niet door
er iets over gelezen te hebben, maar door ze in mijn eigen leven te ervaren. De
religie heeft niet alleen te maken met geloof, maar ook met een cultuur die je
de rest van je leven bij je draagt. Nu denk ik: als ik ooit kinderen krijg wil
ik ze dopen, hier in Lemelerveld. Dan wil ik dat ze de verhalen kennen uit hun
eigen cultuur en vertel ik ze alsof ze waar zijn. De magie daarvan kun je een
kind niet ontzeggen. Misschien denkt u: wat maakt het uit, over vijftig jaar
gaat er toch niemand meer naar de kerk en is het met het geloof gedaan. Wees
maar niet bang, want zonder mythes en rituelen kan de mens toch niet. Denk maar
aan de paasvuren, waarvan we ons bijna niet meer realiseren dat ze altijd met
het geloof te maken hebben gehad. Als ik zie met hoeveel passie de houtstapels
worden gebouwd en hoe de mensen vol ontzag naar de vlammen staren, gaat dit
ritueel nog wel een paar eeuwen mee. Niet omdat Ostara, de Germaanse
lentegodin, of het christelijke idee van God onsterfelijk zijn, maar omdat de
wil te geloven in de mens zit. Het geloof, de mythe en de rituelen brengen de
mens bijeen en geven betekenis. Ik zeg niet: ik geloof in God. Ik zeg: ik
geloof.
[Deze column is eerder gepubliceerd in De Lemelervelder.]